Interview met Kard. Schönborn

Verschenen in het dagblad “Vecernji list”  op 4 januari 2010

 

Naar het schijnt bent u naar Medjugorje gekomen om dicht bij de Moeder van de Heer te zijn, zoals u gezegd hebt, Eminentie,  tijdens de middernachtmis. Deze woorden hebben grote weerklank gevonden. Hoe hebt u dat bedoeld, Monseigneur de  Kardinaal ?

 

Ik kan er niet naast kijken dat mensen, die reeds 28 jaar naar Medjugorje gaan, hier op een bijzondere wijze de nabijheid ervaren van de Moeder Gods. Tot nu toe was ik nog nooit in Medjugorje.  Maar doorheen de vele jaren, van de tijd toen ik bisschop geworden ben in 1991, heb ik in Oostenrijk, en in het bijzonder in ons aartsbisdom Wenen, heel duidelijke vruchten gezien. Ik geef een paar voorbeelden, die voor mij voor de hand liggend zijn.

 

Er zijn de priesterroepingen. Een groot deel van onze jonge priesters zijn tot hun roeping gekomen, waarschijnlijk niet uitsluitend, maar toch in verband met en voor het grootste deel door Medjugorje.

 

Ten tweede : De bekeringen. Het fascineert me hoe dit door alle lagen van de bevolking gaat : Van hoge adellijke families, over industriëlen, tot heel eenvoudige mensen. Bij mijn vlucht over Zagreb naar Split vroeg me een veiligheidsagent  waar ik naartoe ging.  Ik antwoordde hem : “Ik vlieg naar Split en reis dan verder naar Medjugorje.”  Hij begon te stralen en begon te vertellen over zijn bekering in Medjugorje.  Enkele weken geleden herkende me de stationschef in een klein Oostenrijks station en begon onmiddellijk zijn geschiedenis te vertellen. Zijn vrouw was gestorven van kanker. Hij was vertwijfeld. Vrienden namen hem mee naar Medjugorje en sindsdien heeft hij terug een zeer levendig en vreugdevol geloof gevonden.

 

Een derde voorbeeld zijn de genezingen.  Ik herinner me een zwaar drugsverslaafde jongeman die me vertelde hoe vrienden hem haast gedwongen hadden mee te gaan naar Medjugorje.  Hij vertelde me dat, toen de bus naar Medjugorje reed, hij gemerkt had dat er iets met hem gebeurde.  Hij ervoer, wat zeer uitzonderlijk is, haast een ogenblikkelijke genezing van de verslaving. We weten nochtans hoe moeilijk het is om van de drugs te ontwennen.

 

Een vierde element zijn de gebedsgroepen.  Ik ken de gebedsgroep van Wenen al van voor de tijd dat ik bisschop werd. Dat moet zo in het midden van de 80er jaren geweest zijn.  Aan ons, Dominicanen, is het in elk geval opgevallen hoe deze mensen uren lang baden en de kerk steeds vol was.  De kerk van de Dominicanen in Wenen is zelden vol.  Op die donderdagavonden was zij steeds vol.  En deze trouw van de mensen aan het gebed is tot op heden blijven bestaan.

 

Als ik zo alles samen bekijk, dan moet ik, zeggen : Jezus heeft gezegd : Een slechte boom geeft geen goede vruchten. Als de vruchten goed zijn, dan moet ook de boom goed zijn.”

 

De bedevaarders verwachten een boodschap van de H. Stoel en u hebt zelf gezegd dat Medjugorje voor u een wonder is. Korte tijd geleden kondigde de Aartsbisschop van Sarajevo, Mgr. Vinci Puljic, de oprichting aan van een internationale commissie, die het fenomeen moet bestuderen. Wat weet u daarover en hoe staat u tegenover deze wens tot erkenning van de gebeurtenissen van Medjugorje ?

 

Ik heb geen detailkennis over deze commissie, dat is ook mijn opdracht niet.  Ik heb me echter steeds aan het officieel standpunt gehouden van de voormalige Joegoslavische bisschoppenconferentie en de Vaticaanse congregatie van de Geloofsleer.  Dit standpunt heb ik steeds voor verstandig, wijs en moederlijk gehouden, ook een wijze houding van de Kerk.  U kent dit standpunt en nogmaals herinner ik aan de drie uitspraken over Medjugorje.

De eerste gaat over het fenomeen.  Daar is het standpunt van de Joegoslavische bisschoppenconferentie van 1991 en van de Romeinse Congregatie van de Geloofsleer eensluidend : “Non constat de supernaturalitate”.

Ik ben zelf dogmaticus en was professor in de dogmatische theologie.  “Non constat de supernaturalitate” betekent : De Kerk heeft nog geen definitief oordeel uitgesproken over de bovennatuurlijkheid van de gebeurtenis.  Ze heeft niet gezegd “Constat de non supernaturalitate” noch “”Constat de supernaturalitate”.  Dat wil zeggen dat ze de bovennatuurlijkheid niet ontkent, maar ze ook niet bevestigt.  Dat betekent in duidelijke taal : Deze gebeurtenissen zijn door de Kerk nog niet beoordeeld en ik meen dat dit zo ook goed is.  Om een zeer eenvoudige reden : Zolang de gebeurtenissen verder gaan, kan de Kerk bezwaarlijk een eindoordeel uitspreken.

 

Nu zijn de gebeurtenissen echter het uitgangspunt van Medjugorje. Daarmee is het begonnen, met de verklaringen van de kinderen dat ze de Moeder Gods gezien hebben en met de boodschappen die de kinderen gekregen hebben.   Wat er zich echter ontwikkeld heeft, is een tweede fenomeen en daarop heeft de tweede uitspraak van de Joegoslavische bisschoppen en de Congregatie van de Geloofsleer betrekking. Dat is het onweerlegbare feit dat van in het begin ongelofelijke stromen bedevaarders naar Medjugorje gekomen zijn, dat er zich een intensief gebedsleven heeft ontwikkeld, dat vele liefdadigheidswerken hier ontstaan zijn, dat er zich concrete vormen van bedevaarten ontwikkeld hebben. Dat betekent voor de Kerk  een heel concrete uitdaging.  Daarom hebben de Bisschoppen van het toenmalige Joegoslavië in 1991 dan ook gezegd dat er geen officiële bedevaarten mogen zijn. Om deze reden kan ik, en wil ik ook niet, met een officiële bedevaart van het Aartsbisdom naar Medjugorje gaan, zoals we gedaan hebben naar Rome of het Heilig land.  Het is echter noch door de Bisschoppenconferentie, noch door Rome verboden dat er bedevaarders naar Medjugorje zouden gaan.

 

En hier beland ik bij de derde uitspraak. En die lijkt me voor ons, Bisschoppen, bijzonder belangrijk te zijn.  De bedevaarders moeten geestelijk verzorgd, geestelijk begeleid worden. Ik zie mijn taak als Aartsbisschop van Wenen juist daarin :  Als ik als bisschop zie dat er uit mijn bisdom honderden, duizenden mensen naar Medjugorje op bedevaart gaan, dat er gebedsgroepen ontstaan, dat er priesterroepingen komen, dat er bekeringen gebeuren, dan moet ik als bisschop zien dat deze bedevaarders ook een goede begeleiding krijgen.  Daarom heb ik ook in die jaren de “Oase van de Vrede” gesteund, een gebedsgemeenschap in Wenen, die uit Medjugorje ontstaan is, of de werken van seminaristen, die over Medjugorje geschreven hebben.  Ik meen dat dit al de bisschoppen aangaat van de ganse wereld, waar bedevaarders naar Medjugorje gaan : Dat deze een goede pastorale begeleiding krijgen.  Een daartoe heb ik steeds bisschoppen aangemoedigd in de discussies over Medjugorje :  Alsjeblief,  begeleid de bedevaarders goed !”

 

U hebt de zieners persoonlijk ontmoet.  U was op de verschijningsberg en op de kruisberg. Welke waren uw indrukken ?

 

Ik zou met wat humor willen zeggen  : De Moeder Gods heeft niet de gemakkelijkste bergen uitgezocht !  Zoals ik steeds opnieuw beklemtoon, fascineert me in Medjugorje die coherentie met andere grote Mariaoorden. Steeds opnieuw herhaal ik dat er iets is als een “Grammatica van de Mariale verschijningen”  bestaat, een zekere stijl, die duidelijk met de Moeder Gods zelf te maken heeft. Ik vernoem enkel drie elementen :

 

Bijna steeds richten Mariaverschijningen zich tot kinderen.  Het zijn geen superbegaafde, noch bijzonder vrome, maar heel gewone kinderen.  Bernadette kon lezen noch schrijven.  Ze was 14 jaar. Dat is hetzelfde hier.

 

Het tweede : Maria geeft boodschappen door kinderen.  Dat is voor sommige bisschoppen misschien wat krenkend.  Waarom komt de Moeder Gods niet naar het huis van de bisschop ?  Waarom komt ze op een ruwe berg vol stenen of in een grot aan de rand van een rivier of tussen het struikgewas, zoals in Fatima ?  Dat is toch totaal onpraktisch !  En ze geeft boodschappen door kinderen,  omdat die duidelijk niet gecompliceerd zijn.

 

En het derde element : Als Maria verschijnt, heeft ze daarmee duidelijk een programma.  In Fatima verschijnt ze voor de Russische Revolutie en heeft een boodschap over Rusland.  In Lourdes verschijnt ze op een moment dat het rationalisme hoogtij viert.  In Medjugorje verschijnt ze in de Communistische tijd, op een moment dat men niet kon vermoeden dat Joegoslavië zou uiteen vallen en op een plaats waar Katholieken, Orthodoxen en Moslims  nog samen leefden.  En ze toont zich aan ons onder de naam “Koningin van de Vrede”.  Juist tien jaar later breekt de eerste van de vier Balkanoorlogen uit.  Haar boodschap is : “Vrede door bekering en gebed”.  Dat heeft toch een sterke geloofwaardigheid !  We zouden nog verder kunnen teruggaan in de tijd naar Guadelupe in Mexico, toe de Spaanse verovering van Amerika begon.  Daar verscheen de Moeder Gods aan een Indiaan en deze man moest naar zijn bisschop gaan en zeggen wat hij moest doen.

Hetzelfde zien we in andere grote Mariale bedevaartplaatsen : De mensen komen in grote getallen  en het wordt een centrum van vrede en verzoening van culturen.  Ik meen dat de theologen beter de grammatica en de syntaxis van de Mariaverschijningen  moeten bestuderen en in die context ook het ganse fenomeen van Medjugorje.

 

In Medjugorje wordt onvermoeibaar gebeden voor de vrede.  Er zijn in Bosnië en Herzegovina, waar de Kroaten en de Katholieken de kleinste gemeenschap zijn, echter vele problemen.  Welke raad zou u geven aan de politici en de internationale gemeenschap geven, wiens vertegenwoordiger nu Valentin Inzko is ?   (Valentin Inzko is Oostenrijker en sinds 2009 Hoog Gezant van de Europese unie in Bosnië-Herzegovina)

 

Het probleem is dat er hier veel krachten meespelen en dat het voor een klein land, zoals Bosnië-Herzegovina, moeilijk is de interne problemen ongestoord op te lossen.

Eén iets is zeker : Duurzame vrede kan maar met een rechtvaardige regeling.  En dat is een uitdaging voor de Europese politiek.  Korte tijd geleden heb ik met Valentin Inzko gesproken en ik ben blij dat hij die opdracht gekregen heeft en hoop ook hij dat voor zijn opdracht steun zal krijgen van de Europese Unie .   Ik ben er voor me zelf zeker van dat, wat hier in Medjugorje gebeurt, bijdraagt tot de vrede, zeker omwille van het feit dat mensen uit de ganse wereld naar hier, in het hart van Herzegovina, komen.   Zoals ik het met humor zou kunnen zeggen : “Zo bekend was Herzegovina nog nooit in de ganse wereld.  Wie wist er in Korea iets over Herzegovina ?  Maar, kijk hoeveel Koreanen naar Medjugorje komen !  Dat is een hoop, dat deze mensen in hun land eveneens boodschappers zouden zijn voor het verlangen naar vrede in Bosnië-Herzegovina.”

 

En, ten tweede : Ik geloof, als er op een plaats zoveel voor vrede gebeden wordt, dan is dat ook een zegen voor het ganse land.

 

En, ten derde :  De “Kraljica mira”, de Koningin van de Vrede, wordt hier in de drie godsdiensten vereert.  De Orthodoxen hebben een lange traditie van Mariaverering.  En de Islam kent geen andere figuur uit de Christelijke traditie, die zo vereerd wordt als Maria. En voor de Katholieken, juist voor de Kroatische minderheid in dit land, is het een grote troost, dat Maria hen op een bijzondere wijze nabij is.  Maria is, zoals geen enkele andere godsdienstige figuur,  iemand die volkeren samen brengt.  Ik denk : Er is niemand met haar te vergelijken !

    

Vertaald uit het Duits.

28-02-2010