KARDINAAL  SCHÖNBORN, PELGRIM IN MEDJUGORJE

 

Kardinaal Christophe Schönborn, Aartsbisschop van Wenen, en lid van de Congregatie van de Geloofsleer in het Vaticaan, is op privaat bezoek naar Medjugorje gekomen van maandag, 28 december 2009 tot 2 januari 2010.

 

Kardinaal Christophe Schönborn is geboren in 1945. Hij is Dominicaan, van 1975 tot 1991 professor in de dogmatische theologie en oosterse christelijke theologie in Freiburg, Zwitserland.  Van 1987 tot 1992 was hij secretaris van de commissie voor het samenstellen van de nieuwe Catechismus van de Katholieke Kerk. In 1991 werd hij hulpbisschop en van 1995 aartsbisschop van Wenen.  In 1998 werd hij tot Kardinaal verkozen door Paus Johannes-Paulus II. Hetzelfde jaar werd hij president van de Oostenrijkse bisschoppenconferentie.  Op heden is Kardinaal Schönborn een van de specialisten  van de oosterse christelijke theologie.  Bij de Romeinse Curie van de H. Stoel is hij namelijk lid van de Congregatie voor de Geloofsleer.

 

Hij wilde vooral op deze plaats komen bidden. Ook verlangde hij de Gemeenschap van het Cenakel te komen bezoeken, die ook een huis heeft in Oostenrijk.

 

Terwijl sommigen verwachtten dat dit bezoek van de Kardinaal in Medjugorje discreet zou verlopen, was dit niet het geval. Hij  verbaasde de parochie door zich heel duidelijk te tonen. Tijdens zijn verblijf concelebreerde hij de H. Mis in de St. Jacobus-kerk, hij beklom de berg van de verschijningen met de zienster Marja Lunetti, hij ging in stilte aanbidden, hij hoorde twee en half uur biecht en hij gaf een conferentie in de parochiekerk met de Paters Franciscanen aan zijn zijde.

 

Op 30 december 2009, sprak de Kardinaal een lange en sterke rede uit in de St. Jacobus-kerk van Medjugorje.  Zij eerste woorden waren : “Hvalen Isus i Marija”, een Kroatische groet, die betekent : “Gezegend zij Jezus en Maria”.  Het is de gewone groet tussen de zieners en de mensen van Medjugorje.  De Kardinaal herhaalde hem meerdere keren en nodigde de massa vurig uit hem met hem te herhalen.

Hij ging verder : “ Als men een plaats als Medjugorje bekijkt, dan ziet ge een supermacht van medelijden.  Veel daden van naastenliefde zijn hier ontstaan of hebben hier steun gevonden.”

Hij vroeg de mensen recht te staan en met hem “Gospa Majka moja” te zingen. Hij had een brede glimlach, terwijl hij zong.

Wat het medelijden betrof, zei Kardinaal Schönborn : “Welk een diep gevoel van medelijden is er in Jezus !  Veel werken van naastenliefde in de Kerk zijn op deze manier ontstaan, zoals Moeder Teresa, die niet kon aanvaarden dat de mensen op straat stierven, of, zoals Moeder Elvira, hier in Medjugorje, die de gemeenschap van het “Cenakel” gesticht heeft. Ze kon niet verdragen te zien dat jonge mensen hun leven vernielden met drugs.  Welk is die diepe emotie, die wij medelijden noemen ?”  De Kardinaal besloot : “Ik geloof dat vele ervaringen in de Kerk iets aantonen dat, van menselijk oogpunt, onmogelijk is.”

 

Er waren veel bedevaarders naar Medjugorje gekomen, vooral waren er veel jongeren van uit de ganse wereld, om deel te nemen aan de traditionele avondwake voor het nieuwe jaar. Het gebedsprogramma begon om 17 uur met de rozenhoedjes, gevolgd om 18 uur door een H. Mis van dankzegging voor het voorbije jaar.

Voor de nachtwake had de gemeenschap van het Cenakel een levende kribbe opgevoerd op het plein voor de kerk. Om 10 uur begon de aanbidding van Jezus in het H. Sacrament. Deze aanbidding werd gevolgd door een H. Mis in het Latijn, opgedragen door Kardinaal Schönborn.  In zijn preek zei hij, onder andere :

 

“Geloofd zij Jezus Christus.

Dierbare broeders en zusters, hier aanwezig in de kerk, voor de kerk en in de gele conferentiezaal …  We zijn er ons van bewust dat het een groot voorrecht is Nieuwjaar niet te moeten vieren met Champagne. Misschien wat later …

Nu moeten we echter het nieuwe jaar vieren met Maria, Jozef, het Kindje in de kribbe en de herders. We zijn deze dagen naar Medjugorje gekomen om dicht bij de Moeder van de Heer te zijn.  Het zou juister zijn te zeggen : We zijn naar hier gekomen omdat we weten dat de Moeder van de Heer dicht bij ons wil zijn.

We willen het nieuwe jaar met haar beginnen. En het eerste dat mijn treft als ik aan de kribbe en aan de herders denk, is, dat er geen engelen waren. In onze kerststal is er een engel, maar, in het Evangelie is er geen enkele.  De engelen waren in de velden met de herders, een menigte engelen. Maria en Jozef hebben er enkel over horen spreken. De herders hebben het hen verteld.

Hier hebben jullie evenmin O.L.Vrouw gezien.  Er zijn echter mensen, die er over gesproken hebben. En wij geloven dat de Moeder Gods echt dicht bij ons is.

Het geloof komt van wat men hoort. Wat me vooreerst treft in het Evangelie van vandaag, is dat men spreekt over luisteren.  We moeten vooreerst de “Blijde Boodschap” horen.  We hebben twee oren, twee ogen en maar één mond.  Dat wil zeggen dat we veel moeten luisteren, veel kijken en daarna spreken.

En waarover moeten we spreken ?   We moeten vertellen over wat we gezien hebben en gehoord.  De wereld heeft nood aan een nieuwe evangelisatie en dit is enkel mogelijk als de mensen niet zwijgen over wat ze gehoord en gezien hebben.

We hebben allemaal het geloof gekregen en door het doopsel hebben we de taak gekregen het geloof door te geven.  De herders hebben verteld wat men hen gezegd had. En sindsdien is dit doorgegeven.  Het Evangelie en de Blijde Boodschap zijn verteld geweest en zij die ze vertelden waren geloofwaardig.  Degenen, die het hoorden hebben ook gezien dat het woord en het leven in overeenstemming waren.  Wat de getuigen zeggen is eveneens waar in hun leven.

Hoe kunnen we getuigen worden van de Blijde Boodschap ?   Vooreerst door naar Maria te kijken. Maria heeft alles wat gebeurde in haar hart bewaard en heeft er over nagedacht.

Broeders en zusters, wat nu het meest dringend is, is het gebed. Ik zeg dat met een zekere droefheid. Ik weet dat ik niet genoeg bid.  Ik weet dat het gebed leven is. Zonder een levende relatie met God wordt ons leven droog en leeg.

Wat zegt de Moeder Gods ons gans de tijd ?  Bidt !  Neem tijd voor het gebed.  Is dit geen goed voornemen voor dit nieuwe jaar ?  Voor ons, priesters ?  Diakens ?  Voor ons  allemaal ?   De tijd, die we geven aan het gebed, geeft zoveel kracht, zoveel vreugde, zoveel klaarheid !   Bidden we de H. Maagd Maria dat ze ons helpt om meer te bidden.  Als we bidden zijn onze woorden ook vervuld van leven.  En dan is ons getuigenis geloofwaardig.

Ik wil u iets zeggen over wat de Apostel Paulus ons gezegd heeft. Het jaar dan Paulus is voorbij, we zijn nu in het jaar van de priesters.  Het woord van de Apostel Paulus was zo sterk, omdat het vervuld was met leven.

In de lezing van vandaag spreekt Paulus over God, die zijn Zoon zendt opdat wij zijn zonen zouden worden.  De meisjes zijn hier niet uitgesloten.  We moeten zowel zonen als dochters verstaan.  Paulus zegt dat we geroepen zijn om zonen te worden en geen slaven.  Vermits Jezus Gods Zoon is, moeten wij God onze Vader noemen. Bij de aanvang van dit jaar zegt Paulus : “Gij zijt zonen, geen slaven”.

Ik meen dat Medjugorje een plaats is waar men biecht. De biecht is de bevrijding van de slavernij van de zonde. Niets maakt ons minder vrij dan de zonde.  God wil ons als zijn kinderen.  De vrijheid van de kinderen Gods !  En het is daarom dat Hij ons dit sacrament van de boete gegeven heeft. We zouden een nieuwe relatie met God moeten hebben en Hem “Abba” noemen. Jezus heeft ons zozeer uitgenodigd dat we vertrouwen zouden hebben in Hem, dat we vertrouwen zouden hebben in God. En in ons is er zoveel vrees voor God.

“Jezus, ik heb vertrouwen in U” (In het Kroatisch) Ik kan het ook in het Pools zeggen : “Jesu Ufam Tobie”. Jezus ik heb vertrouwen in U. Paus Johannes-Paulus II heeft ons deze boodschap gegeven : “Heb vertrouwen in Gods Barmhartigheid. Heb vertrouwen in de barmhartigheid van Jezus”.

Vertrouwen hebben kan soms heldhaftig zijn, als het leven moeilijk wordt. Als een huwelijk een last wordt, als een ziekte ons deprimeert, als we niet weten wat er met ons werk zal gebeuren.  Dan zeggen “Jesu Ufam Tobie”, kan heldhaftig zijn.  Vertrouwen hebben is waarlijk een daad van geloof. En nogmaals kijken we naar Maria. Wie heeft er meer dan Maria deze daad van vertrouwen gesteld ?  “Jesu Ufam Tobie”. Dat moet ons programma zijn voor het komende jaar.

Het is nu bijna middernacht en het vuurwerk zal buiten beginnen. Wij maken echter geen lawaai, wij bidden. Wij maken geen lawaai, maar we zingen.

Nog een laatste woord : De herders zijn terug weg gegaan en hebben God geloofd voor wat ze gezien en gehoord hadden. Ook wij gaan terugkeren naar huis. Om getuigen te kunnen worden van het Evangelie, moeten we eerst de God loven.  De herders hebben God geloofd voor wat ze gezien en gehoord hadden. Ik hoop dat we allen naar huis zullen kunnen terugkeren na deze dagen hier en God verheerlijken voor wat we gehoord en gezien hebben.  Dan zal men ons ook geloven als wij het zullen vertellen. Onze woorden zullen dan geloofwaardig zijn.

Nu is het bijna middernacht. Dat is juist het goede moment om ons geloof te belijden. Met dit geloof gaan we het nieuwe jaar in . Moge God dit jaar zegenen !