Enkele gedachten over de Eucharistie

 


 


Inleiding

Vele mensen vervelen zich tijdens de mis. Ze zouden er wel erbij betrokken willen zijn, maar hun hart vindt de aansluiting niet. Zij blijven op afstand van de liturgische rituelen die ze niet begrijpen. Verdekt geeuwend kijken ze op hun horloge, terwijl ze denken aan al het werk dat thuis nog op hen ligt te wachten. Als het dan nog tocht in de kerk of als het koor vals zingt of als de persoon achter hen storend zit te hoesten, hebben ze het helemaal gehad. Ze vragen zich af wat ze daar zitten te doen en verlangen er alleen maar naar zo snel mogelijk weer buiten te zijn.

De bedoeling van dit werkje is een beetje te helpen verduidelijken dat, welk de omstandigheden ook zijn,  “De mis het allergrootste voorrecht is dat aan de mens gegeven wordt tijdens zijn leven…” [1]. Dat het ertoe moge bijdragen dat mensen zich bewust zouden worden dat ze getuige zijn van een gigantisch bovennatuurlijk drama dat zich voor hun ogen afspeelt, waar ze aan deel mogen nemen.

Dit boekje is een verzameling van een aantal inzichten over wat er gebeurt tijdens een Eucharistieviering.

Zij zijn genomen uit volgende bronnen:

 

“De mooiste mis van mijn leven”   (Zuster Emmanuel  Maillard)  -  cassette “La plus belle messe de ma vie”, verkrijgbaar via website www.childrenofmedjugorje.com

“Het bruiloftsfeest van het lam”  (Scott Hahn)  - boek verkrijgbaar bij stichting De Boog : www.deboog.nl

“Wat er echt gebeurt tijdens de mis” (Catalina Rivas)  - getuigenis op http://www.michaeljournal.org/holymass.htm

 

 


 

Dienst van het woord

Het kruisteken

Eén van de eerste dingen die je ziet als je een kerkgebouw binnen stapt is een wijwatervat, een vat met gewijd water erin. Gelovigen dopen hun vingers erin en maken een kruisteken. Velen denken dat dit zomaar een oude traditie is, een onbelangrijk  ritueeltje. Neen dus, eigenlijk is het een zeer plechtig gegeven dat een waardig begin vormt van de mis. Het kruisteken, en zeker één dat met wijwater gevormd wordt, verwijst regelrecht naar onze doop. We zijn met water gedoopt tot kinderen van God. Sedert die doop kunnen wij in Zijn naam handelen en dat doen we als we een kruisteken maken “in de naam van de Vader, de Zoon en de H. Geest”. In Zijn naam handelen is niet niks. Vergelijk met het volgende: denk eens even welk een verantwoordelijkheid je krijgt als je bejaarde, niet meer zo mobiele moeder je een volmacht op haar bankrekening geeft: jij handelt voortaan  haar bankzaken af. Je doet dat in haar naam: jij beslist voor haar waaraan geld wordt uitgegeven en waaraan niet, waarbij je alleen haar belangen voor ogen  houdt. Natuurlijk wil je dat zo correct mogelijk doen, je wil haar vertrouwen niet teleurstellen en bovendien bestaat de kans dat je ooit verantwoording over je handelen zal moeten afleggen, bijvoorbeeld tegenover je broer of zus. Een kruisteken maken is volkomen gelijkaardig, maar oneindig veel belangrijker. Een kruisteken maken betekent dat je gaat handelen in de naam van God zelf!  Je hernieuwt het verbond dat God met je aanging in je doopsel. Je handelt niet meer als “de oude mens”, maar als een kind van God. Je gaat de mis in die naam beleven, dat betekent een plechtig engagement dat je niet toelaat met je gedachten bij de was en de strijk thuis te zitten!

De schuldbelijdenis

Hoewel we als gedoopten ons hele leven in naam van God zouden moeten leven,  vergeten we dat vaak nogal vlotjes. En iets zo belangrijk als de mis beleven kunnen we niet met een hart dat bezwaard is door allerhande ellende. Daarom starten we met  schoon schip te maken met alles wat niet zo goed was. We vragen Hem zich over ons te ontfermen, ons weer vrede in ons hart te schenken, ons te vergeven.

Het gloria

Onmiddellijk na  onze vraag om vergeving barst het gloria in al zijn kracht en drama los. God verhoort immers onze gebeden!  En dus loven, eren en danken we Hem. Vreugde, vertrouwen en hoop, dat is wat het gloria kenmerkt, dat is wat echte christenen kenmerkt.

De lezingen uit de Schrift

Het hoogtepunt van de dienst van het woord is vanzelfsprekend het beluisteren van dat woord. Via de lezingen uit de bijbel klopt God tijdens de mis een eerste maal direct aan aan de deur van ons hart.

Uit het visioen van Cataline Rivas:  “Luister, alstublieft… Het is heel belangrijk voor je… De Heer zegt dat Zijn woord niet terug tot Hem komt zonder vrucht gedragen te hebben. Wel, als je aandacht geeft, en gedurende de dag, als je aandacht geeft aan iets of aan alles wat tijdens de lezing gezegd werd, dan ga je dit Woord van God opnieuw proeven, van de smaak ervan genieten gedurende de ganse dag en dit gaat in jou vruchten opleveren…” 

Denk ook aan ons kruisteken in het begin van de viering:   wij hebben ons verbonden in naam van God te gaan optreden en hoe zouden we dat nu “in Godsnaam” ooit kunnen waar maken als we geen aandacht geven aan wat hij ons te zeggen heeft?

 

 

De geloofsbelijdenis  of het credo

Een nauwgezette, kristalheldere opsomming van wat wij mogen geloven volgt in het credo. In vergelijking met de uitbundigheid van het gloria kan de geloofsbelijdenis nogal droog en saai lijken. Maar schijn bedriegt. De geloofsbelijdenis  verwijst naar zeer dramatische feiten. Vele van onze voorgangers in het geloof, vele eerste christenen dus, lieten immers voor de hier opgesomde dogma’s het leven. In de vierde eeuw legden concilies hun geloofsbelijdenis vast, mede ook als reactie op allerhande ketterijen die in die dagen het geloof van de Kerk dreigden te ondermijnen. Dogma’s hebben voor sommige gelovigen in onze tijd een vervelende bijklank. Gedacht wordt dat  het om van boven af gedecreteerde uitspraken gaat, bedacht door de paus en wat andere hoge geestelijken die er in hun ivoren toren op hebben zitten broeden. Maar dat klopt niet. In wezen is een dogma  per definitie niets anders dan een logische interpretatie van de Schrift. Meestal groeien die interpretaties zelfs gewoon aan de basis van de kerk en bevestigt de hiërarchie achteraf op vraag van die basis officieel de dogmatische uitspraak. Dergelijke uitspraken van de Kerk die onder begeleiding van de Heilige Geest gebeurden, zoals bv tijdens concilies, kunnen overigens nooit meer omgekeerd worden. Het zijn verworven inzichten. Het credo is dus de verzegelde erfenis inzake geloofswaarheden die we van onze voorouders mochten ontvangen, met hun bloed betaald. In vele oosterse kerken wordt het credo altijd gezongen, want inderdaad, het gaat om goed nieuws, levensreddend nieuws voor ons allen.

De voorbeden

In één van de laatste lijnen van het credo belijden we ons geloof in de gemeenschap van de heiligen. Dat betekent dat zij onderling met mekaar verbonden zijn, maar ook met ons. Samen met hen en op hun voorspraak bieden we dan in de voorbeden onze intenties aan waarvoor we in de mis speciaal willen bidden.


 

 

Eucharistische dienst

De offerande

Brood en wijn worden aangebracht. We bieden al ons dagdagelijks werk aan om het te verenigen met het offer van Christus. Want dat is de kern van het gebeuren in een eucharistieviering: het offer van Jezus hier en nu voor ons tegenwoordig stellen. Tegenwoordig stellen, dat wil zeggen dat de grenzen van de tijd doorbroken worden. Sluit de ogen en verplaats jezelf naar Jeruzalem in het jaar 33, net buiten de stadspoorten. Want je maakt deel uit van de toeschouwers, van de mensheid voor de verlossing van wie Jezus Zijn leven gaat aanbieden aan de Vader. Je gaat het gebeuren volgen tot en met Zijn kruisdood en de vruchten van die verlossende dood en verrijzenis integraal mogen genieten. We beginnen daarom met ons kleine offer van brood en wijn, van ons dagdagelijks werk, van onze goede daden en van onze zwakheden, van onze spijt over die zwakheden aan te bieden. We mogen het allemaal verenigen met Zijn offer.

 “Water en wijn worden één” zegt de priester. Elke wijnkenner zal gruwen van de idee dat er water met de wijn zou vermengd worden. Het zou de wijn helemaal verknoeien. Maar hier in de mis ligt dat anders: het water wordt veranderd in wijn. Het weinige wat wij te bieden hebben wordt opgenomen in het grootse offer dat Jezus aan de Vader biedt. Laat ons vooral ons ganse hart, onszelf helemaal aanbieden!  Want de Vader staat bij wijze van spreken machteloos tegenover het offer van Zijn Zoon: Hij kan diens offer van Zichzelf gewoonweg niet weigeren! We mogen daarvan “profiteren” om het profaan uit te drukken, de Vader zal ons offer ook zeer zeker aanvaarden als we het met dat van Zijn Zoon verenigd hebben!

Dit hele gebeuren wordt perfect verwoord in het eenvoudige gebed van Marthe Robin[2] tijdens de offerande:  “Jezus, ik dank U omdat Gij ons opneemt zoals wij zijn en omdat Gij ons aanbiedt aan de Vader, zoals Gij zijt.”  Kan het nog mooier?

Catalina Rivas beschrijft haar visioen van de offerande als volgt: “… De kerk begon zich te vullen met mensachtige wezens met gezichten van licht. Allen waren gekleed in grote, witte gewaden. Het waren grote wezens en zeer, zeer mooi! Ze hadden trekken van een extreme schoonheid en gratie. …  Ze plaatsten zich in de middengang en begonnen het altaar te naderen… Sommigen droegen iets wat schitterde: een soort van pateen. Ze naderden zeer gelukkig… Anderen hadden de handen loshangend en leeg. Nà hen, waren er anderen, gebogen hoofden, de handen in elkaar gevouwen. De Heilige Maagd zegt me: “Dit zijn de engelbewaarders van alle aanwezigen in de kerk!” Dan zegt ze me over de gelukkige engelen met de schitterende pateen: “Dit is het ogenblik waarop zij hun offerande naar het altaar van God brengen om het te verenigen met het offer van de priester. …Zij ging verder: “De engelen met de neerhangende handen zijn deze van personen die niets te vragen en niets te offeren hebben. De Mis heeft een oneindige waarde, begrijpen jullie dat wel? Jullie, jullie kennen de waarde van de Mis niet; op een dag zullen jullie het verstaan, de dag dat jullie aan de Overkant zullen zijn… De engelen met de neergebogen hoofden en de samengevouwen handen, beschaamd, zijn de engelbewaarders van de mensen die de Mis bijwonen zonder overtuiging; hun geest en hun intelligentie zijn elders, want ze zijn niet aandachtig. Wel, hun bewaarengelen zijn beschaamd niet alleen omdat ze inwendig niet meevieren, maar bovendien de Heer beledigen”

De prefatie en het sanctus

Nadat de priester de gaven opwaarts geheven heeft, nodigt hij ons uit om ook ons hart opwaarts te verplaatsen, het te verheffen . We hebben niet alleen ons gehele hart aangeboden, maar de rest van de viering willen we enkel nog met de ogen van ons hart beleven. Vanaf nu kijken we verder met de ogen van ons geloof, niet meer met die van ons verstand. Tot geloof komen is in vele opzichten een reis maken, een pelgrimstocht. Neen, geen kilometers lange tocht, maar een heel klein tochtje. Minder dan een metertje in objectieve afstand gemeten!  Tussen ons verstand en ons hart ligt immers nog geen meter afstand, maar wat is die soms moeilijk te overbruggen!  Vanaf nu wagen we echter de sprong en we laten ons hart toe zich boven ons verstand te verheffen.

De mis in onze kerk is geen alleenstaand gebeuren. Het is een deelname aan de hemelse liturgie, aan het gebeuren dat zich daar constant afspeelt.[3] En wat zien we nu met de ogen van ons hart in de hemel? Dat ons groepje gelovigen hier en nu aanwezig in onze dorpskerk, zich tussen alle engelen en heiligen bevindt. Samen met hen zingen we het “Heilig, heilig, heilig…”.

Catalina Rivas: “Dan, vlak nadat de gemeenschap zegt: “Heilig, Heilig, heilig is de Heer…” verdwijnt onmiddellijk alles wat zich achter de priester bevindt, alles! Totaal alles en eveneens alles wat links van de priester is! Vanaf zijn linkerarm was er een massa van grote en kleine engelen, met en zonder vleugels, ontelbaar veel zeer mooie wezens van licht die in koor de heerlijkst denkbare melodie zingen! Allen herhaalden: “Heilig, Heilig, Heilig is de Heer!” Zij waren geknield, de handen gevouwen en prosterneerden zich tot op de vloer. Rechts van de priester en een beetje naar achteren, was er een massa heiligen, de gelukzalige heiligen van de Hemel…”

Het eucharistisch gebed

We naderen de climax van het Eucharistisch offer. Het groot eucharistisch gebed maakt duidelijk dat het nieuw verbond geen boek, maar een handeling is. Het gebed omvat verschillende onderdelen. Eerst plaatst de priester zijn handen over de gaven en vraagt de Heilige Geest neer te dalen, een krachtige ontmoeting tussen hemel en aarde. Dan vormt de Geest de wijn en het brood om tot lichaam en bloed, ziel en goddelijkheid van Jezus Christus. De woorden van de priester, die in wezen door zijn wijding een andere Christus geworden is, zijn : “Dit is Mijn lichaam… Dis is de beker van Mijn bloed, van het nieuwe en eeuwige verbond”, bewerkstelligen wat zij betekenen. Door het uitspreken ervan veranderen de elementen. De transsubstantiatie. Een mysterie, ja, maar vooral een oneindig groots moment. De verlossingsdood van Jezus hier en nu voor ons. Vervolgens wordt het heilig en levend offer, Jezus zelf,  dat voor de priester ligt op het altaar aangeboden aan de Vader voor onze intenties.  Samen met Jezus bidden we voor de levenden en de doden, voor de Kerk en voor de hele wereld. Vervolgens verheft de priester de beker en de hostie en spreekt het krachtige gebed “Door Hem, met Hem en in Hem,  zal Uw naam geprezen zijn… hier en nu en tot in de eeuwen der eeuwen. Amen”. Het “Amen” dat dit gebed afsluit wordt ook “het grote Amen” genoemd. De heilige Hiëronymus getuigde dat de heidense tempels in Rome letterlijk trilden op het ogenblik dat het grote Amen werd uitgesproken.

Hoe kan ik dit grootse gebeuren beleven?

Zuster Emmanuel zegt het volgende hierover in haar uiteenzetting “De mooiste mis van mijn leven”:  “Ja, ik ben in Jeruzalem en ik weet dat deze gebeurtenissen lang geleden zijn, en ze hebben mij het ware leven gegeven. Deze gebeurtenissen hebben voor mij de deur naar het leven geopend. En vandaag, hier, nu ik in dit stoffige kerkje ben, waar overal spinnenwebben hangen, waar het koud is omdat er geen geld is voor centrale verwarming, en waar de priester zijn miske komt aframmelen in een supertempo… ze wordt er in twintig minuten doorgedraaid… Wel ik ben hier in de mis, en ik ben hier alleen, omdat er toch weer niemand anders is willen komen, want het regent, dus is er natuurlijk niemand anders in de mis… en de bloemen die ze vorige zondag op het altaar hebben gezet zijn verwelkt, ze staan er nog, maar ze hangen er maar slapjes bij, de kaarsen op het altaar druipen, en het grote kruis is vuil, het is dringend aan een onderhoudsbeurt toe, en de priester… de priester is vermoeid, ge voelt het goed dat hij vermoeid is… En de gezangen, dat is helemaal niks, want ik zit hier alleen, en ik kan niet zingen, de katten gaan lopen als ik zing… Die mis dus, dat is niks, dat is tien keer niks, dat is de meest armzalige mis die ge u kunt voorstellen!... Is dat de meest armzalige mis die ge u kunt voorstellen? Is de mis dan iets armzalig dat kan worden afgerammeld? Iets dat er vlug kan worden doorgedraaid? De mis wat is dat dan?

Wel, ik doe mijn ogen toe en ben opnieuw in Jeruzalem… Ik ben die pelgrim aan de stadspoort, de poort die toegang tot de stad geeft. Die pelgrim die buiten de stad getuige is van de kruisiging, van het offer van het Lam van God… De mis… die mis waarvan ik misschien zeg dat ze er wordt doorgedraaid… Is Jezus iemand die er wordt doorgedraaid? … Is Hij die op het altaar komt, iemand die wordt afgerammeld???... Nee! Die mis in mijn parochiekerkje, hier en nu in mijn eigen dorp, dat is Golgotha opnieuw! Ik beleef hier Golgotha opnieuw, Jezus maakt Golgotha opnieuw door, Jezus doorleeft opnieuw Zijn lijden… het is geen verhaal dat al honderden keren verteld is en dat tot het verleden behoort. De mis is Jezus die opnieuw komt om zijn lijden weer door te maken, zijn dood, Zijn terechtstelling… Zijn verrijzenis!  Het is het hele mysterie van de Verlossing, hier voor mij, de verlossing, die opnieuw gebeurt, die zich opnieuw helemaal voltrekt, die opnieuw beleefd wordt… Het is geen “remake” zoals ze in de film zeggen. Het is alsof Jezus het mysterie van de verlossing voor de allereerste keer beleeft, want het voltrekt zich écht, helemaal echt en reëel…

Wil ik u eens de mooiste mis uit mijn leven vertellen? … Wel, dat is de mis van vandaag, hier in mijn parochiekerkje. Die mis van twintig minuutjes, met de verwelkte bloemen op het altaar. Dat is de allermooiste mis uit mijn leven. En weet ge waarom? Omdat het de mis is van vandaag! De mooiste mis uit mijn leven is altijd die van vandaag, omwille van de genaden die mij vandaag gegeven worden! Dat is trouwens ook zo bij verliefden. Als ge hen zegt dat ze hun beminde gisteren hebben gezien of morgen zullen zien, dat is natuurlijk prachtig, maar daar zijn verliefden niet mee tevreden. Ge moet hen zeggen: nu,  vandaag zult ge hem of haar zien. Ja, dat is het wat ze willen en niets anders. De allermooiste mis uit mijn leven is dus die van vandaag, want ik kan niet wachten tot morgen om mij met mijn Heer te verenigen! Ziet ge, dat is de mis. Dat is die buitengewone gebeurtenis van mijn dag.

Ook het visioen van Catalina Rivas kan ons zeker inspireren:

“De Zeer Heilige Maagd was geknield, rechts van het altaar, in een houding van respect, aanbidding en adoratie, aandachtig voor alles wat de priester zei. Ja, Zij, de Moeder van God was geknield, de handen gevouwen in gebed en wachtend op het ogenblik om de Heilige Drievuldigheid te aanbidden… De priester sprak de woorden van de consecratie en het was niet meer zijn stem die ik hoorde: het was de stem van Jezus!!! Het was Christus Zelf die tegelijk met zijn dienaar zei: “Neemt en eet allen…”, en voor  het altaar ontbrandde een vuur met zeer heldere vlammen, van een soort goudachtig rood, waarin menselijke vormen met sombere uitdrukking waren, grijsachtige schaduwen met opgeheven handen. Ik kon de gezichten van deze personen niet zien.

De Maagd Maria zei me: “Dit zijn de zielen van het vagevuur die wachten op een gebed van uwentwege. Om hen daaruit te halen: bidt voor hen, heel speciaal het Onze Vader van Sint Mechtilde, want wanneer zij het vagevuur verlaten, zullen zij voor jullie bidden en jullie helpen.”

Een andere Christus

Dan, terwijl de priester de Heilige Hostie boven zijn hoofd verheft, begint zijn gelaat onmiddellijk te schitteren tot dat hij verdrinkt in een zeer wit licht, een zeer sterk gouden licht. Dit ongelooflijke licht overstroomde de priester helemaal en veranderde zijn lichaam: het was een kleine priester, maar, zeer snel veranderde hij in een man van grote gestalte naar het beeld van Jezus die groot en mooi is… Ik merkte dat terwijl hij de Heilige Hostie omhoog hief, ik de wonden op zijn handen zag: het was dus de priester niet meer die daar stond! Het was Jezus Zelf. En Zijn Lichaam omringde het lichaam van de priester, versmolt het met het Zijne!!! De Maagd zei me: “Oordeel niet of het om een goede of een slechte priester gaat. Als de priester een zondaar is zal hij rekenschap aan God moeten geven… Wees ervan bewust dat de handen van de priester gewijd zijn en dat het desondanks niet de priester is… De priester wordt een andere Christus. Het is werkelijk de persoon van Christus die hem inneemt en die de Eucharistie met hem viert.” Nadat de priester de hostie neerlegde, daalde het zeer heldere licht erop neer en het was Jezus die zich in de Heilige Hostie plaatste.

Wanneer jullie de communie ontvangen is het niet alleen Jezus, maar tevens de Heilige Drievuldigheid, de Vader die u geschapen heeft, de Zoon die u bewoont en de Heilige Geest die u verlicht.

De consecratie

Op het ogenblik dat de priester de kelk omhoog hief, waren er bliksemschichten. Men hoorde donderslagen. Er was een verschrikkelijke duisternis! Op precies datzelfde ogenblik zag ik de gekruisigde Jezus, het opgezwollen gezicht, gekwetst door slagen en helemaal bebloed! Zowel water als bloed stroomden uit Zijn Zijde en vulden royaal de kelk zonder dat er één druppel gemorst werd… Terwijl de priester de consecratie van de wijn uitvoerde, kwam er een lichtend iets los en plaatste zich op de schouder van de priester (die tegelijkertijd de schouder van Jezus was). En, boven de Jezus-priester, was er een immens licht, schitterend, nagenoeg onbeschrijfbaar van buitengewone schoonheid waarin men een gezicht kon vermoeden dat ik maar niet kon zien! Maar ik zag er grote open handen in als om ons te zeggen: “Dit is Mijn Welbeminde Zoon. Dit is Mijn Zoon… Kijk naar wat ge aan het beschouwen zijt!” Ik kon het Goddelijke Gelaat van God de Vader niet zien, maar ik was me ervan bewust dat het zonder enige twijfel Zijn Heilige Handen waren, dat de Heilige Drieëenheid helemaal aanwezig was op dit ogenblik!

Op het ogenblik van het memorandum van de overledenen (ogenblik waarop de priester zegt: “Herinner U, Heer, onze broeders die ontslapen zijn in de hoop enz”), zei de Maagd Maria me dat wanneer iemand een mis opdraagt en voor de overledenen bidt, terwijl hij ze in gedachten noemt of zachtjes hun naam zegt, de Heer de gevraagde genade toekent (bevrijding uit het vagevuur of verhoging van hun vreugde in de Hemel) aan de overledenen die rond het altaar verschijnen op het ogenblik dat hun naam genoemd wordt! Zij voegde eraan toe: “Vraag voor uw vader, voor uw grootmoeder… Vraag voor de uwen”. En ik, ik kon ze allemaal zien! Aan hun hoofd stond Sint Jozef… Ze waren bijna bij de arm van de priester.

Zuster Emmanuel:  “Het is niet door tranen op hun graf te storten of bloemen voor hun foto op de kast te zetten dat ge de zielen in het vagevuur zult helpen. Maar als ik een mis voor hen laat opdragen en als ik die mis met heel mijn hart beleef, zelfs al is dat ergens anders, zullen ze veel vlugger naar de hemel kunnen gaan, misschien zelfs vandaag nog, dankzij deze mis! … We wachten ook dikwijls tot iemand van onze dierbaren overleden is voordat wij een mis voor hem laten opdragen. Maar een mis die voor hem wordt opgedragen vooraleer hij overleden is, is veel meer waard… omdat hij dan nog de gelegenheid heeft, nog zoveel kansen om te groeien in de liefde krijgt. “

Het Onze Vader

Het Onze Vader wordt na de consecratie en voor de communie niet zomaar als een tussendoortje gebeden. Het heeft helemaal zijn plaats binnen de eucharistieviering. Meer nog de mis kan zelfs gezien worden als één groot Onze Vadergebed!  Hem aanspreken met “Onze Vader” kreeg  immers extra inhoud doordat we  ons doopsel vernieuwden met het kruisteken aan het begin van de viering; we zijn nu in de hemel bij Hem omdat we onze harten tot daar verheven hebben in de prefatie; we hebben Zijn naam geheiligd door ons gebed; door ons te verenigen met het offer van Jezus hebben we ermee ingestemd dat Zijn wil “geschiede op aarde zoals in de hemel”; we hebben ons dagelijks brood voor ons, Jezus zelf, op het altaar aanwezig in brood en wijn; en dit brood bekomt voor ons vergeving van onze misstappen, want de Kerk leert dat in de communie vergeving van alle dagelijkse zonden verkregen wordt; en omdat wij die genade krijgen, kunnen wij ze ook schenken aan degenen die wat aan ons verschuldigd zijn; tenslotte zullen we door die communie nieuwe kracht ontvangen om bekoringen en het kwaad te overwinnen. Het gebed dat Jezus ons leerde, het Onze Vader,  wordt dus woord voor woord volledig vervuld in het gebeuren van  de mis.

De communieritus

In zijn vraag naar het dagelijks brood geeft het Onze Vader de aanzet tot de communieritus. Het gebed “Lam Gods…” herinnert aan het paasoffer en de genade en vrede van het nieuwe Pasen. De priester zegt: “Zie het lam…” en wij kunnen enkele antwoorden met de woorden van de honderdman: “Heer, ik ben niet waardig…”

Dan … ontvangen we Hem, Hem die we in het gloria geprezen  en in het credo beleden hebben. Hem in wiens naam we plechtig hebben beloofd te zullen leven. Hem die het nieuwe verbond is dat eeuwen lang verwacht werd. Wanneer Hij op het einde der tijden terug zal komen zal Hij geen greintje meer glorie hebben dan nu, op dit ogenblik waarop Hij zich totaal geeft aan ons! In de eucharistie ontvangen we wat voor alle eeuwigheid zal zijn wanneer we opgenomen zullen zijn in de hemel om de hemelse liturgie voor altijd mee te vieren. In de communie zijn we al daar en dit is geen metafoor. Het is de naakte, berekende, precieze, metafysische waarheid ons geleerd door Jezus Christus zelf.

 “Iemand die communiceert verdwijnt helemaal in God zoals een druppel water in de zee… ge kunt die niet meer onderscheiden… Dat is echt... dat is geen vereniging meer, het is veel meer, het is een fusie, een versmelting… “(Marthe Robin).

Maar is dit allemaal niet veel te groot om te kunnen bevatten?

Zuster Emmanuel vertelt over een pastoor die zijn teleurstelling uitsprak tegen een groot theoloog over een kind dat na x aantal uren catechismuslessen  zijn eerste communie zou moeten doen, maar er niet meer over wist te zeggen dan: “als ik te communie ga, ontvang ik Jezus in mijn hart.” De theoloog antwoordde hem: “Maar beste vriend, gij en ik, wat weten wij daar meer van?”. Ziet ge nu? Daar gaat het om! Als ge te communie gaat, ontvangt ge Jezus in uw hart. Er is niets meer dat we moeten weten. Een kind begrijpt dat. Een kinderhartje is zoveel ontvankelijker en het begrijpt dat het Jezus in zijn hart heeft en dat het met Hem kan spreken van hart tot hart. Het heeft er geen behoefte aan om daar eerst nog tien jaar voor te studeren om het beter te begrijpen. Ik zou eerder zeggen dat tien jaar studie ons flink kunnen in de war brengen

Op het ogenblik dat Jezus langs de hostie in ons hart neerdaalt is Hij uiterst gevoelig. Hij is immers ook helemaal mens. Hij is natuurlijk helemaal God, maar Hij is tegelijk ook heel menselijk, en dus ook kwetsbaar als een mens. Zoals iemand die zijn liefde verklaart en iemand ten huwelijk vraagt. Die is toch helemaal aangewezen op het antwoord dat hij gaat krijgen. … Wel, op het ogenblik dat Jezus nederdaalt bij de communie is Hij even gevoelig, zelfs nog veel gevoeliger dan de meest verliefde man ter wereld. Jezus’kwetsbaarheid is zoveel groter dan de onze, omdat zijn liefde goddelijk is… Wel dan, bedenk eens [volgende houding van een onverschillige persoon die communiceert]: niet één woord, geen gesprekje, geen van hart tot hart, nog geen blijk van liefde, nog geen glimlach… Dat is onvoorstelbaar pijnlijk voor Onze Lieve Heer.

Catalina Rivas: “Toen het moment van de communie aanbrak, was het Jezus die me zei: “Wacht even en let op”. Een persoon die ’s ochtends gebiecht had naderde om de communie te ontvangen. Ik zag van deze persoon slechts de rug. Op het ogenblik dat de priester de Heilige Hostie in zijn mond plaatste was er een zeer sterk licht dat door hem heenging… Dit licht verliet hem bij zijn schouders en omcirkelde zijn schouders en zijn gelaat! Jezus zei: “Op deze wijze omhels ik een hart dat komt om Me te ontvangen, zonder vlek en zuiver, rein, nederig op de tong, zonder Me te kauwen en Me te verbrijzelen met de tanden alsof ik maar een gewoon stuk voedsel zou zijn…”. Deze persoon is helemaal omgeven gebleven door een groot licht… Op het ogenblik van de Communie, omhelst Jezus ons werkelijk!!!… Hoeveel houdt God toch van ons!!!

Voor mij, was er een vrouw neergeknield. Ik kreeg de genade om haar stil gebed te horen: “Heer, alstublieft, ik verdraag de dronken buien van mijn man niet meer. Zorg dat hij ophoudt met drinken, want ik kan niet meer verdragen… Doe iets, Heer, hij moet ophouden met drinken. Heer, denk aan mijn zoon… Vergeet mijn zoon niet. Hij moet dit jaar door komen. Gij moet hem helpen, want de dag nadert dat hij zijn huur moet betalen en hij gaat te weinig geld hebben. Heer, hij moet ook de school voor zijn kinderen betalen, de elektriciteit…”

Jezus zei op bedroefde toon: “Heb je opgemerkt dat ze niet eenmaal gezegd heeft dat ze van Me houdt? Niet eenmaal heeft ze Me bedankt voor de genade die ik haar schenk om neer te dalen en Mijn Godheid te schenken opdat Zij zich verenigt met de mensheid…”. Zelf vroeg ik om vergeving aan de Heer, want hoe vaak heb ik niet hetzelfde gedaan: vragen en vragen zonder danken, zonder Hem te zeggen hoeveel ik van hem hield… en hoeveel ik Hem nodig had, al het goed dat Hij me deed als ik Hem ontving.”

Zending en Zegen

Zuster Emmanuel: Wie van ons heeft niet al zitten wachten op het moment van de zegen op het einde van de mis? Omdat het dan eindelijk gedaan is… Soms gaan mensen al buiten voor de zegen, maar dat is stom, onvoorstelbaar stom!... Dat is zoals langs een groot buffet passeren en niets nemen van al het lekkers dat er staat… Ge hebt die zegen van de priester immers nodig! Het is een onvoorstelbaar groot geschenk!  Stel u voor dat Onze Lieve Vrouw zelf op het einde van de mis zichtbaar aanwezig zou zijn en u haar moederlijke zegen zou willen geven. Dat zou geweldig zijn: denk u eens in: de Moeder van God! Ge zoudt allemaal blijven tot Ze u gezegend zou hebben. Maar weet ge wat Zij zegt: “Lieve kinderen, de zegen van de priester is veel groter dan de mijne, want de priester heeft de heilige zalving in zijn handen ontvangen.” Onze Lieve Vrouw is geen priester. En de zegen van de priester is dus veel groter dan de hare omdat het Jezus zelf is die langs de priester zegent. Ze zegt ook nog: “Als de priesters eens zouden beseffen wat ze doen als ze de zegen geven, dan zouden ze dag en nacht blijven zegenen.”[4]

Na zoveel  buitengewone genades kan de mis alleen maar te vlug eindigen!  Maar eigenlijk stopt de mis ook niet echt. We worden gezonden om in het gewone alledaagse leven te gaan beleven wat we mochten ontvangen. We hebben onszelf verenigd met het offer van Christus, nu moeten we het mysterie, het offer  dat we net gevierd hebben gaan tot leven gaan laten komen.

 

 

 

 

 

 



[1] Boodschap uit Medjugorje

[2] Bekende mystica van de twintigste eeuw, overleden in 1981 en voor wie het zaligmakingsproces gestart is.

[3] Het boek van de Openbaring (Apocalyps) beschrijft grotendeels de liturgie van de eucharistieviering. Vele theologen, waaronder S. Hahn, stellen dat de mis niet kan begrepen worden zonder het boek van de Apocalyps en dat het boek van de Apocalyps niet kan begrepen worden zonder de mis.

[4] Boodschappen van Medjugorje