ET  JESUM  NOBIS  POST  HOC  EXILIUM  OSTENDE


Over het fresco of de muurschildering in de kapel van de Casa San Giuseppe te Medjugorje

Naar een tekst van P. Alfons SMET, cp.  bijgewerkt door E.H.Vervaele

Deze kapel van de Casa San Giuseppe is gebouwd op de plaats van de allereerste verschijning van O.L.Vrouw op 24 juni 1981.

 

De mooie muurschildering die gans deze kapel beheerst toont ons Maria, ze houdt het Kindje Jezus op haar linkerschouder, midden de gloed van het zonnewonder.

De halve aardbol dient haar tot sokkel.

Het is een ongewone wijze om het kindje Jezus te dragen, een wijze, die alle aandacht op het kindje vestigt, in het centrum van de zon.

 

Twaalf bewaarengelen, dus in mensenkleren, stijgen op uit de aarde van achter het wijd gedrapeerde kleed van de H. Maagd en heffen smekend de handen naar haar op.

Ze omzomen de zon tot op de hoogte van het hoofdje van het Kind, aan beide zijden verlengd door negen engelen, uit de negen hemelse engelenkoren.

Een kroon van twaalf sterren, zoals beschreven in de Apokalyps van Johannes (12,1), kroont Maria als koningin en voltooit de zoom van de zonneschijf, waarop de driehoek van de Heilige Drie-eenheid rust.

Deze driehoek wordt omringd door engelen, die de zeven geesten zijn, die onze gebeden tot voor de troon van God brengen, zoals we lezen in Tobit (12,15) en de Apokalyps (1,4).

 

De sokkel van de aarde draagt als opschrift “ET JESUM NOBIS POST HOC EXILIUM OSTENDE”  (En toon ons Jezus na deze ballingschap)

Dit is een deel van een vers uit het Salve Regina : “Et Jesum, benedictum fructum ventris tui, nobis post hoc exilium ostende” (En toon ons, na deze ballingschap, Jezus, de gezegende vrucht van uw schoot.)

Het valt dus op dat juist het gedeelte dat het goddelijk moederschap van Maria bezingt, niet werd overgenomen, hoewel er op de sokkel geen plaatsgebrek is. Eventueel kon de ganse tekst op twee lijnen geschreven worden …

Of, stelt het kindje misschien niet alleen Jezus voor ???

 

Maria ondersteunt het Kindje tegen haar linkerschouder en wendt het hoofd om er alle aandacht op te vestigen.

Met haar uitnodigende, doordringende, bijna dwingende blik, ondersteund door de drapering van haar kleed dat de top van de aarde bedekt, volgen haar ogen elke toeschouwer.

 

De gevleugelde vrouwelijke engelbewaarders rondom Maria vestigen bijna allen hun smekende blik naar haar en het Kindje, dat ze toont.

Onwillekeurig blijft men kijken naar het kleine Kindje.

 

Het valt op dat het kindje dezelfde houding heeft als Jezus op het kruisbeeld naast het altaar : De armen, de benen, het hele lichaam, tot het lendendoek toe.

Ze dragen trouwens bloedsporen evenals het gezichtje van het Kindje.

Toont Maria hier haar Kindje dat wonden draagt, die verwijzen naar haar Kindje Jezus, maar ook naar alle kindjes, die vanaf de moederschoot geweigerd of gekwetst werden ?

Dan is tegelijkertijd het Kindje Jezus en alle niet aanvaarde en gekwetste leven, door Maria met Jezus in bescherming genomen : “Zie toch wat men Hem heeft aangedaan”,

Naar de woorden van Jezus zelf : “Hoedt er u voor één van deze kleinen te minachten, want Ik zeg u : Zij hebben engelen in de Hemel …” (Mt.18,10)

 

Zijn het bewaarengelen, die hier afgebeeld worden, of de moeders zelf, die ook de taak hebben van een engelbewaarder en om verzoening smeken ?

Dan is het Kindje Jezus zelf vereenzelvigd met het ongeboren, gekwetste of geweigerde leven.

De kleine Koning draagt het lijden van alle kwetsbare en gekwetste leven.

“Et Jesum nobis post hoc exilium ostende” : En toon ons Jezus na deze ballingschap.

 

Aan Maria, de Moeder van het Leven, vertrouwen wij de zaak van het leven, van ons leven,  toe.

Zij toont ons Jezus als de enige hoop van de kwetsbare, ongeboren kinderen, voor de liefde in de gezinnen, voor de armen en de slachtoffers van geweld, voor een menswaardige voltooiing van het leven van ouderen en zieken.

Met al die “kleinen” is Jezus verbonden : “Zo wil Uw hemelse Vader niet dat één van deze kleinen verloren gaat.” (Mt. 18,14)

 

Daarom strekken de engelfiguren de handen naar de Moeder en het Kindje, getekend door het bloed van de vele gekwetste mensen .

Worden ook wij niet uitgenodigd om, bij het beschouwen van deze mooie icoon, op deze gezegende plaats, onze handen uit te strekken naar deze Moeder, die ieder van ons in haar hart draagt, ons lijden kent en ons wil geleiden naar Hem, die onze enige Redder is :

 

Jezus, de Weg en de Waarheid en het Leven.