“Ik sta aan de deur en ik klop. Als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal ik bij hem binnenkomen en Ik zal maaltijd met hem houden …” (Apok.3. 20)

                                                                    

Het is waar ... Ik sta aan de deur van uw hart, dag en nacht. Zelfs wanneer ge niet luistert, zelfs wanneer ge er aan twijfelt of Ik het ben, Ik ben er.  Ik sta te wachten op het geringste teken, of zelfs de stilste gefluisterde uitnodiging, waardoor Ik mag binnenkomen.

 

En Ik wil dat ge weet dat wanneer ge me uitnodigt, Ik vast en zeker kom - altijd - zonder fout. Stil en ongezien kom Ik, maar met oneindige kracht en liefde terwijl Ik de vele gaven van Mijn Geest meebreng.

 

Ik kom met Mijn genade, met Mijn verlangen om u  te vergeven en u te genezen en met een liefde voor u die uw begrip te boven gaat - een liefde, zo groot als deze die Ik van de Vader ontvangen heb. Want : zoals de Vader Mij heeft liefgehad, zo heb ook Ik u lief  ( Joh. 15,9)  Ik kom - en ik smacht ernaar u te troosten en te sterken, u op te richten en al uw wonden te genezen.

 

Ik kom met Mijn kracht om u en uw lasten te dragen, met Mijn genade om uw hart te raken en uw leven volledig te veranderen, en Mijn vrede geef Ik u om uw ziel tot bedaren te brengen ...

 

Ik ken u door en door - Ik weet alles van u. Zelfs de haren op uw hoofd heb Ik geteld. Niets in uw leven is voor Mij onbelangrijk. Ik heb u gevolgd door de jaren heen, en Ik heb u altijd liefgehad - ook wanneer ge op de dool waart. Ik weet wat ge nodig hebt en wat u bezwaard. En ja, Ik ken al uw zonden. Maar opnieuw zeg ik u dat Ik u liefheb - niet voor wat ge wel of niet gedaan hebt - maar Ik heb u lief om uzelf, om de schoonheid en de waardigheid die Mijn Vader u gegeven heeft wanneer Hij  u schiep naar Zijn eigen beeld. Het is een waardigheid die ge dikwijls vergat, een schoonheid bezoedeld door de zonde. Maar Ik hou van u zoals ge zijt en Ik heb Mijn bloed vergoten om u terug te winnen.

 

Wanneer ge vraagt met geloof dan zal Mijn genade alles wat in uw leven zou moeten veranderd worden,  aanraken en Ik zal u de kracht geven om uzelf te bevrijden van de zonde en haar vernietigende kracht.

 

Ik weet wat er in uw hart leeft - Ik ken uw eenzaamheid en uw pijn - de afwijzingen, oordelen, vernederingen. Voor dat  gij er waart, droeg Ik ze. En Ik droeg alles voor u, zodat gij zoudt kunnen delen in Mijn kracht en overwinning. 

 

In het bijzonder ken Ik uw nood aan liefde - hoe tracht ge er naar bemind en gekoesterd te worden. Maar hoe dikwijls hebt ge vruchteloos getracht, hebt ge die liefde gezocht op een zelfzuchtige manier, hebt ge de leegte in uw hart met voorbijgaand genot willen vullen - met de nog grotere leegte van de zonde.

 

Gans uw leven ben Ik op zoek naar uw liefde. Nooit heb ik opgehouden u te beminnen en te verlangen door u bemind te worden. Ge hebt vele andere dingen geprobeerd op uw zoektocht naar geluk. Waarom probeert ge nu niet uw hart te openen voor Mij, nu op dit ogenblik ?

 

Als ge echt de deur van uw hart open doet, als ge dicht genoeg bij Mij komt, zult ge me telkens opnieuw horen zeggen, niet met mensenwoorden, maar met woorden van de H. Geest: “Wat ge ook gedaan hebt, Ik bemin u om uzelf. Kom naar mij met uw ellende en uw zonde, met uw zorgen en uw noden, met uw verlangen om bemind te worden …”

 

Want, Ik sta aan de deur van uw hart en Ik klop … Open uw hart voor Mij want  Ik dorst naar u.